De Koudumer Slaperdijk

Hoewel Koudum zelf hoog en droog lag, leverde het lage land rond ons dorp drie eeuwen geleden een groot gevaar voor de hele provincie op, wanneer er tussen Gaasterland en Workum een dijkbreuk zou ontstaan. Daar was men indertijd erg bang voor, toen de paalworm de houten zeeweringen aantastte. Dit "zeltzaam wormgeknauw", waaraan ds. De Gelder van Gaast meerdere preken wijde!
In die tijd is daarom de Slaperdijk aangelegd van het Workumer Nieuwland tot aan het Hemelumer Hoog om bij doorbraak van de Zuiderzeedijk de ramp voor Friesland te beperken.
Willem Loré was een bekende waterbouwkundige in Friesland. Hij bracht dit werk tot stand met behulp van vier bataljons soldaten. 
De kosten bedroegen f. 115.000.- . Twintig jaar later werd de Slaperdijk verbreed en verhoogd. Ook de "Koudumer Zijl" werd nodig door de aanleg van de Slaperdijk, ook daar werd een stel sluisdeuren geplaatst als keersluis. Bij de laatste grote opknapbeurt van de brug zijn de sluisdeuren verwijderd.
Bij de Galamadammen moesten natuurlijk sluizen komen, die aanvankelijk veel te smal waren, waardoor de waterlozing weer in het gedrang kwam. In 1836 werden ze geheel verbreed. Er was daar een "vermakelijke" herberg, zoals zoals er in die tijd verschillende in Friesland genoemd werden. De herberg, de tollen, de schouw en de visserij werden verpacht en groot was het aantal amateur-vissers, dat geregeld de herberg bezocht.
Bron: "De historie gaat door het eigen dorp".   

 

In het jaar 1732, toen men met reden grootelyks bekommerd was over de woede der paalwormen, werd door deeze Grieteny een zwaare Slaaperdyk aangelegd, welke den ouden Zeedyk van 't Workumer Nieuwland naar Koudum, alwaar dezelve in 't hoog land versmelt; doch, ten Zuiden van Koudum, loopt dezelve naar Galama-Dammen, alwaar eene zware Schutsluis in 't vaarwater is gelegd, en voorts van den Oostkant der Sluis, tot in 't hooge land van Hemelum, daar alleen een duiker Sluisje gevonden wordt, diende tot eene uitwatering, waar door zich, de Oorden en Oud Karre in de Morrha ontlasten.
Hieruit blykt, dan alle Dykbreuken, die tuschen Workum en Gaasterland voorvallen, maar een klein gedeelte der Provincie by aanhoudendheid, kunnen onder water zetten, en dat dit werk bygevolg van zeer veel nuttigheid zy.
Doch zo ras 't zelve in order was, openbaarde zich een onvoorzien gebrek in de lossing des waters van Wymbritseradeel enz waar van men zelfs niet, dan na veel zoekens, den waaren oorsprong vond. Voor het leggen naamelyk van den Slaaperdyk in 1732, was er eene opening by de Galamadammen, door welke de Noordelykse Grietenyen haare uitwatering naar de Zuider Sluizen hadden, van ongeveer negentig voeten, die, door 't leggen van deezen dyk, merkelyk verminderd werd: want de Sluis, die men hier maakte, kreeg maar 25 voeten en drie duimen wydte, en de duiker was maar 8 voeten wyd; zo dat de geheele uitstroomende wydte nu in plaats van 90, alleen 33 voeten beliep, waar uit noodzaakelyk, by hoog binnenwater, eene groote belemmering in de uitstroominge moest ontstaan. Om deeze reden heeft men, in 1775, nog ene nieuwe Sluis, ter wydte van 18 voeten, in den Slaperdyk gemaakt, ter plaatse, daar dezelve zich met den ouden Zeedyk van 't Workumer Nieuwland vereenigt, en dus de uitwatering naar de Zuidelyke Sluizen aanmerkelyk bevorderd.

Uit: "De tegenwoordige staat van Friesland", deel 3

Het kampement waar de soldaten bivakkeerden

Willem Loré (Leeuwarden, 1679 – Franeker, 22 mei 1744) was een Friese waterbouwkundige, die bekend geworden is door de dijken die hij heeft ontworpen, waaronder die voor de Nieuwe Bildtpolder, en de Dokkummer Nieuwe Zijlen.

Loré werd geboren als zoon van een voorzanger bij de Waalse gemeente. Zijn vader gaf daarnaast les in wiskunde en Frans. Toen de jonge Loré 12 jaar was, overleed zijn vader en kwam Loré in het Leeuwarder weeshuis terecht. Hij had talent voor wiskunde en was naast zijn dagelijks werk ijverig met wiskunde studie bezig.

Bij de regenten van het weeshuis viel zijn ijver op. Een van hen zorgde er voor dat Willem werd ingeschreven aan de Universiteit van Franeker. Daar kreeg hij acht jaar les van professor Fullenius Jr. (1640-1707). Nadien werd hij gepromoveerd tot landmeter en werd hij instructeur aan de universiteit. Omdat hij geen Grieks en Latijn had geleerd, kon hij niet promoveren tot hoogleraar en was deze functie de hoogste die hij kon bereiken. Wegens zijn bedrevenheid in de wiskunde werd hij regelmatig gevraagd om verdedigingswerken, dijken en sluizen te ontwerpen.

Voor de aanleg van dijken kwam Willem Loré met een revolutionair ontwerp. Door de dijken breder te maken, en vooral door ze een flauwere glooiing te geven, werd de kracht van de golven op de dijk niet zozeer gebroken als wel uitgeput. Zo konden de dijken een halve meter lager worden dan bestaande dijken terwijl ze toch sterker waren. Bovendien kon het paalwerk komen te vervallen dat aan de buitenkant van de bestaande dijken was geplaatst ter bescherming. Daardoor waren aanleg en onderhoud van de nieuwe dijken een stuk goedkoper. Willem Loré was opzichter bij de inpoldering van de Nieuwe Bildtpolder in 1715, de afsluiting van het Dokkumer Diep in 1729 en de aanleg van de Koudumer Slaperdijk in 1732 en de Zuricher Slaperdijk in 1733.
Bron: Wikipedia