Dr. W. Aalders
predikant te Koudum 1938-1942


Willem Aalders

Willem (Wim) Aalders ('s Gravenmoer, 5 mei 1909 — Bussum, 25 december 2005) was een Nederlandse, orthodox-hervormde theoloog.

Van oorsprong was Aalders lidmaat van de Gereformeerde Kerk maar later ging hij over naar de Nederlandse Hervormde Kerk.
Binnen laatstgenoemde kerkgenootschap behoorde hij aanvankelijk tot de zogenoemde, half-orthodoxe irenische richting maar later schoof hij op naar een geheel orthodoxe richting, op het niveau van de Confessionele Vereniging en van de Gereformeerde Bond. Zo was hij lid van de orthodoxe stichting Vrienden van dr. H.F. Kohlbrugge, genoemd naar de negentiende-eeuwse Nederlandse predikant Hermann Friedrich Kohlbrugge. In het blad van deze stichting (Kerkblaadje, later omgedoopt in Ecclesia) schreef hij jarenlang vele artikelen.
Hij werd vooral bekend om zijn bestrijding van de tijdgeest en zijn waarschuwingen tegen politieke prediking die hij beide als niet orthodox genoeg of zelfs als vrijzinnig bestempelde.

In 1941 promoveerde hij op een proefschrift (Pascal als apologetisch prediker) over de zeventiende-eeuwse Franse theoloog en wijsgeer Blaise Pascal door wie hij diepgaand was beïnvloed. Na de oorlog kwam hij aanvankelijk onder de bekoring van de theologie van Karl Barth, maar in de jaren zestig van de twintigste eeuw raakte hij verontrust over de politisering van het Evangelie en was hij sedert die tijd een vurig bestrijder van de theologie van de Zwitserse theoloog Karl Barth.
Aalders was van een viertal kerkelijke gemeenten predikant (Oosterzee, Koudum, Groningen en Den Haag) alvorens hij in 1967 de overstap naar een wetenschappelijke theologische betrekking aanvaardde. Vanwege zijn felle stellingname tegen de zogeheten Barthiaanse theologie kon hij echter geen hoogleraar worden maar moest hij genoegen nemen met het lectorschap in de protestantse theologie aan de katholieke Universiteit van Nijmegen dat hij van 1967 tot 1975 bekleedde. Hij was in die tijd de enige persoon van de theologische faculteit die zich tegen een steunbetuiging aan de hoogleraar Edward Schillebeeckx van diezelfde faculteit keerde toen deze vanwege diens moderne theologie door het Vaticaan tot de orde werd geroepen. Vooral het door Schillebeeckx als niet historisch beschouwen van de inhoud van de Bijbel was iets dat Aalders ontstemde.

Aalders had ook veel moeite met het Samen op Weg-proces (SOW) dat uiteindelijk tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) leidde.


Hier werkte ds. Aalders aan zijn proefschrift

(Bron: Wikipedia)


Aalders, Willem
Hervormd predikant (’s Gravenmoer 5 mei 1909 - 25 december 2005)

‘Veel domineeskinderen hebben eigenlijk geen vaste plek, geen thuisland,’ zei Wim Aalders eens, ‘en ook ik heb daar last van gehad.’ Zijn vader was ds. J.C. Aalders, woordvoerder van de ‘beweging der jongeren’ die rond 1915 te hoop liep tegen de verstarrring en verburgerlijking van de gereformeerde gezindte. De emancipatie van de kleine luyden was voltooid; menig mannenbroeder leunde tevreden en zelfvoldaan achterover.

Toen de jongerenbeweging in 1920, op de synode van Leeuwarden, de mond werd gesnoerd, zat Aalders inmiddels in de Oost, beroepen door de Indische gereformeerde kerk in Batavia. Zoon Wim beleefde er een geweldige tijd die na ruim vijf jaar ten einde kwam toen zijn vader tijdens een verlofperiode in Nederland besloot niet terug te keren. Aalders senior raakte vervolgens betrokken bij het conflict rond Geelkerken en sloot zich na diens afzetting in 1926 bij de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband aan.

Voor Wim, leerling van het gereformeerd gymnasium, was het nieuwe kerkgenootschap te klein, te benauwd. Tegelijkertijd nam hij afstand van zijn vader, een emotionele en instabiele man door wie hij zich regelmatig in verlegenheid gebracht voelde. Zijn beroepskeuze leek te zijn ingegeven door de drang zich van hem af te zetten. Na te zijn geslaagd voor het gymnasium ging Wim, die samen met zijn broer Kees naar de hervormde kerk overging, in de leer bij een handelaar in aandelen. Maar de wereld van het grote geld kon hem niet lang bekoren. Wim besloot toch theologie te gaan studeren, aan de Utrechtse rijksuniversiteit. ‘Dat leek mij de weg om in te groeien in de hervormde kerk.’ Kerkhistoricus Maarten van Rhijn werd in Utrecht Aalders’ leermeester en later – in 1941 – promotor.

Zijn pastorsbestaan begon Aalders in Wijk aan Zee waar hij anderhalf jaar hulppredikant was. Oosterzee werd zijn eerste ‘echte’ gemeente, gevolgd door Koudum, ook in Friesland. In 1941 vertrok Aalders naar Groningen waar hij in april 1945 het einde van de oorlog beleefde. De bevrijding leek nieuwe wegen te openen. Aalders kon docent worden bij Kerk en Wereld, Kraemer benaderde hem voor een professoraat in de zendingswetenschap. Maar Aalders besloot de kansel trouw te blijven. Hij aanvaardde een beroep naar Den Haag waar hij een belangrijk aandeel had in de bouw van de Maranathakerk. Vernieuwingen als de knielbanken en het liturgisch centrum kwamen uit de koker van Aalders die met Bakhuizen van den Brink een van de voortrekkers van de liturgische vernieuwingsbeweging was.

Wat theologische vernieuwing betrof verwachtte Aalders aanvankelijk veel van Karl Barth. Na de oorlog voltrok zich echter een – wat hij naderhand noemde – ‘langzaam verlopend loswekingsproces’. Door zich op de aardse figuur van Jezus Christus blind te staren verschraalde Barths dialectische leer volgens Aalders tot een politiek-maatschappelijk appèl dat weinig meer met theologie van doen had. ‘Maar het ergste vond ik: wat barthiaans werd, werd ook rood.’ Aalders ondervond het van 1967 tot 1975 aan den lijve als lector in de protestanste theologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen waar Marx en Marcuse op een voetstuk stonden. Hij zweeg niet. In 1967 verscheen zijn Open brief, vier jaar later Het getuigenis, dat hij samen met onder meer Van Niftrik en Bakhuizen van den Brink opstelde. In beide epistels werd stelling genomen tegen de vermaatschappelijking en verpolitisering van de kerk en haar boodschap.

Van brief en getuigenis loopt een rechte lijn naar Hervormd pleidooi uit 1994 waarin Aalders zich tegen de ‘verhorizontalisering’ van de SoW-kerken kantte. Theologie was verworden tot maatschappijleer; van een geloof dat wortelde in het geweten, in het persoonlijke, was nauwelijks meer sprake. De beschuldigende vinger schuwde Aalders niet. ‘Ik geneer me als theoloog als ik lees de werken van Kuitert en Den Heijer. Dat is zo laag.’

Peter Bak, voor www.protestant.nl (bron)
1 april 2009