|
Wist u dat het
eerste gedrukte
exemplaar van Vrij Nederland
(1941) uit Koudum komt?
Een interview met Feikje Kemker-Hoekstra en Fokke Hoekstra
SIMMER 2000
"Op die leeftijd was
je niet bang, je deed het gewoon. Je neemt risico's. Daarnaast
vond ik het geweldig zo'n reis naar Amsterdam. Dat avontuur trok
mij wel!"
Ik zit op de bank bij Fokke Hoekstra en
Feikje Kemker-Hoekstra, broer en zus. Wij spreken over de
oorlogsjaren en hoe zij daarbij betrokken zijn geraakt. Zij waren
toen respectievelijk 17 en 15 jaar oud. Vooral de maand december
1941 kunnen zij zich goed herinneren. Het was de maand waarin de
verzetskrant "Vrij Nederland" voor het eerst in druk
verscheen.
"Hierop hebben wij in
december '41 de eerste "Vrij Nederland"gedrukt."
"Mij vader was drukker in
Koudum", vertelt Fokke, "onze drukkerij was waar nu
boekhandel Muizelaar zit. Achter in de tuin hadden wij een
drukkerij staan. Daar stond een snelpers. Hierop hebben wij in
december '41 de eerste "Vrij Nederland" gedrukt. Het
begon eigenlijk met een vraag van de heer Walda (de latere
burgemeester van Ameland). Dit was een hoteleigenaar in
Hindeloopen die een nauwe relatie had met het verzet in Amsterdam.
Op een dag kwam hij naar mijn vader om te vragen of deze iets voor
het verzet willde drukken."
"Ja, en dat wilde mijn vader wel", vervolgt Feikje na
een korte stilte. "Mjn vader was erg principieel, streng
gereformeerd en een echte monarchist. Hij vond het prachtig om
hand- en spandiensten aan het verzet te verlenen. Echt meevechten
zou hij nooit doen, maar de vraag om een verzetskrant te drukken
was zeker niet aan dovemansoren gericht."
"En iedere nacht
verduisterden wij de ramen."
Fokke pakt de draad weer
op. "Hij was wel een voorzichtig man. Hij werkte
voornamelijk 's nachts aan het drukken van de krant en ik hielp
hem daarbij. Ik kan mij de eerste nacht nog zeer goed herinneren.
Wij waren achter de letters aan het zetten, toen mijn vader onwel
werd. Hij viel flauw, gewoon van de spanning. Ik heb hem weer op
de been geholpen en ben doorgegaan met het zetten. Even later
werkten wij er weer samen aan. En zo ging dat een aantal nachten
achter elkaar door tot zo'n drie à vier uur in de ochtend. Iedere
nacht verduisterden wij de ramen. Het drukken zelf kostte
maar liefst 12 uur."
"De Nederlands
sprekende man beschuldigde ons van het drukken van een
verzetskrant."
"En nadat het gedrukt was,
heeft het hele gezin mee geholpen alle exemplaren te vouwen en
vervolgens in te pakken", vertelt Feikje. "Het werd
echter pas spannend toen ongeveer een half jaar later plotseling
een drietal Duitsers en een Nederlands sprekende man voor ons
stonden. De Nederlands sprekende man beschuldigde ons van het
drukken van een verzetskrant. De krant die hij echter bij zich
had, was niet de Vrij Nederland die wij gedrukt en gevouwen
hadden."
Fokke: "Toen wij dat in de gaten hadden, heeft mijn vader ze
mee naar achteren genomen en ze de drukpers laten zien. Het
formaat van de verzetskrant die zij bij zich hadden, kon bij ons
technisch gezien niet gedrukt worden. Daarnaast bleek al snel dat
de letters die wij gebruikten, niet overeenkwamen met de letters
uit het krantje".
"En de Duitsers
stonden er bij."
"In de oorlog hebben wij al
met al uiteindelijk drie huiszoekingen meegemaakt." Feikje
gaat verder: "Bij de laatste huiszoeking in september 1944
vonden wij het zo spannend dat wij de exemplaren van de
verschillende verzetskranten die wij gedrukt hebben, hebben
vernietigd. En de Duitsers stonden er bij. Ik stond achter in de
tuin toevallig een vuurtje te stoken. De kranten verscheurde ik
onder hun neus en gooide ik vervolgens in het vuur."
En toen viel er een
stilte. Fokke en Feikje kijken elkaar eens aan, alsof het de
dag van gisteren is gebeurd. De oorlogsjaren zijn Feikje en Fokke
toch niet in de koude kleren gaan zitten. Achteraf realiseerden
zij zich pas hoeveel geluk ze hebben gehad.
"De koffers lieten wij
beneden staan, zelf gingen wij boven zitten. Als de Duitsers het
dan zouden ontdekken, zouden ze de koffers nog niet direct met ons
in verband kunnen brengen."
"Ik bracht de kranten samen
met mijn zus naar Amsterdam", vervolgt Feikje. "Beide
hadden wij twee grote koffers. In iedere koffer zaten twee grote
pakketten met exemplaren van Vrij Nederland. Om deze pakketten
hadden wij gewoon wat pakpapier gewikkeld. We gingen als eerste
met de boot van Stavoren naar Enkhuizen. De koffers lieten we
beneden staan, zelf gingen we boven zitten. Als de Duitsers het
dan zouden ontdekken, dan zouden ze de koffers nog niet direct met
ons in verband kunnen brengen. In Enkhuizen namen we de trein naar
Amsterdam. Ook hier hadden we de koffers in een andere coupé
staan, dan waar wij zelf in zaten. Op die leeftijd was je niet
bang, je deed het gewoon. Je neemt risico's. Daarnaast, ik vond
het geweldig zo'n reis naar Amsterdam. Dat avontuur trok mij wel!
Voor het Centraal Station werd het toch nog even spannend. Wij
zouden daar de pakketten aan het verzet overhandigen. Toen ik de
pakketten uit de koffers haalde, vroeg een Duitse soldaat mij of
hij mij kon helpen. Toen ik zei dat dat niet hoefde, ging hij weer
weg."
"Overigens waren ook
die laatste oorlogsjaren bijzonder spannend. De Duitsers
patrouilleerden toen vaak langs ons
huis."
"Al met al heeft ons gezin
toen veel gedaan." Feikje glimt toch een beetje van trots.
"Mijn vader haalde bij tijd en wijle toch enige Joden uit de
grote steden in Holland om deze ergens op het Friese platteland
onder te brengen. Eén van de mooiste momenten was toch dat wij
een keer met wel 20 mensen in huis waren, waaronder diverse
tijdelijke onderduikers. Er was op zich te weinig eten, want van
de gaarkeuken hoefde je als gewoon gezin ook niet te hebben. Mijn
moeder stroopte dan alle boerderijen in de omgeving af op zoek
naar eten. En iedereen was tevreden."
"Van iedereen werden
offers gevraagd, maar moeder vond dat het soms te ver ging."
"Toch was moeder niet
altijd even blij met alle activiteiten van vader", vervolgt
Fokke. "De relatie moest het wel eens ontgelden. Van iedereen
werden offers gevraagd, maar moeder vond dat het soms te ver
ging."
Als laatste vroeg ik Feikje en Fokke wat zij het mooiste moment in
de oorlog vonden. Het antwoord verraste mij eigenlijk niet.
"De bevrijding", spraken zij in koor. Een goede
gelegenheid om het interview af te sluiten.
Het huis van drukker Hoekstra
|