(Deze twee foto's via Boukje van der Veen)
Uit
het boek "Friese soldaten in Nederlands Indië":
Veel
woorden placht Gerrit de Jong niet te gebruiken. Hij was iemand
van het type aanpakken, werk afmaken en niet zeuren. De mensen
die hem gekend hebben, noemden hen een flinke vent op wie je
aankon.
Gerrit was de zoon van de al in 1937 overleden landarbeider
Leffert de Jong en Sierdje de Vries. Het gezin telde nog vier
meisjes en een jongen. Na de Christelijke lagere school in
Koudum was Gerrit de Jong naar de ambachtschool in Sneek gegaan.
Daar haalde hij zijn diploma timmeren. In 1945 meldde hij zich
als oorlogsvrijwilliger en van oktober tot december van dat jaar
kreeg hij in Zuidlaren zijn eerste militaire opleiding.
Op oudejaarsavond van dat jaar marcheerde hij met zijn onderdeel
door een halve meter sneeuw naar het station van Vries.
Vervolgens ging het in een onverwarmde trein, waar bovendien ook
nog de ramen uit verdwenen waren, naar Oostende en vandaar naar
Engeland. Met de Nieuw-Amsterdam werd het bataljon vanuit dat land
naar Singapore verscheept.
In maart 1946 kwamen Gerrit en zijn maten in Surabaya aan. Na
een kort verblijf op het jaarbeursterrein Ngem Plak werden ze
ondergebracht in de kazerne van Darmo, waar hij, na nog geen
week in Indië te zijn geweest, om het leven kwam bij een
nachtelijk aanval van Indonesiërs.
Gerrit had die avond wachtdienst met Nanne Heddema uit
Leeuwarden, toen er plotseling schoten vielen. Brenschutter
Gerrit de Jong vuurde onmiddellijk terug, maar hield opeens op.
Nanne schreeuwde: ‘Doorvuren, Gerrit!’, maar die bleek
gesneuveld te zijn door een schot in het hoofd. Daarop nam
Heddema het lichte machinegeweer over en bleef schieten tot de
tegenstanders verdwenen.
Oorlogsgravenstichting:
Gerrit de Jong ligt begraven op het ereveld Kembang Kuning te Soerabaya.
(Vak B, nr. 30) Overleden in het Marine Hospitaal te Soerabaja.
|
(bron:
Oorlogsgravenstichting)
|

(bron:
Theo Steenbergen)
|

"Nou, ik zit
al een mooi eindje van Koudum af, hé"




|