Tjalke van der Wal
Verzetsman uit Koudum, in 1944 door de Duitsers doodgeschoten.
(foto uit het archief van de gemeente Nijefurd,
De rouwkaart is ter beschikking gesteld door Feikje Kemker-Hoekstra
en de tekst is van Jan Jeltes de Vries)

 


In de Oorlog van 1940-1945 zaten in de Zuidwesthoek van Friesland om diverse redenen ondermeer veel Joden uit andere delen van Nederland ondergedoken. Dit was in de ogen van de Duitse bezetter een illegale activiteit waar de doodstraf op stond. Een praktisch probleem van het onderduiken was dat men niet aan voldoende voedsel kon komen voor de geheime gasten. Voedsel was op rantsoen en alleen verkrijgbaar tegen inlevering van speciale bonnen. Vooral in de steden was dit een probleem. Het verzet in de Zuidwesthoek wist dat in Workum in de kluis van de zuivelfabriek van die bonkaarten lagen. Op 3 augustus 1944 maakte een groepje verzetsmensen waaronder een aantal uit Koudum 13.000 bonkaarten buit door de fabrieksdirecteur te dwingen om de sleutels van zijn kluis af te geven. De bonnen waren bestemd voor het verzet in de steden in West Nederland maar door verraad in de westerse verzetsgelederen kwamen de Duitsers erachter wie de overval gepleegd hadden. Op 8 augustus wisten ze de verzetsman Gerben Ypma in te rekenen in Koudum, ze martelden hem om aan meer informatie te komen. Op 16 augustus kwam een groep Duitse Sicherheits Dienst soldaten naar Koudum zij voerden als represaille voor de bonkaartenroof een razzia uit in het dorp met als doel het verzet uit te schakelen.  

Op die dag, morgens om een uur of zes fietste de toen ongeveer 15 jarige Tjitte Folkertsma niets vermoedend door het dorp om de koeien te gaan melken in een weiland aan de Dammenseweg. Bij het begin van de Dammenseweg, bovenaan, zag hij de Duitse SD soldaten die verzetsman Tjalke van der Wal uit zijn woning haalden en meevoerden. Hij schrok hevig en uit angst stapte hij van de fiets en verstopte zich achter een boom. Op deze wijze werd hij ongevraagd getuige van de executie van Tjalke van der Wal door de Duitsers. Op de plek van de executie, Dammenseweg aan de kant van de Pastorie, vond hij naderhand sporen van de kogels in een van de boomstammen.  

Tjitte Folkertsma vertelde mij dit tijdens de hobbybeurs van 6 maart 2004. Hij vertelde verder dat deze gebeurtenis en de toedracht goed beschreven stond in het boek van G. Abma 1. Op 11 april 2007 hoorde ik van Feikje Kemker Hoekstra de volgende informatie naar aanleiding van het rouwkaartje van Tjalke van der Wal dat ze meebracht naar de vergadering van de WHK.  

Het kaartje is destijds gedrukt door Johannes Hoekstra, haar vader. Hij wilde dit beslist zelf doen ondanks het feit dat ook hij voor zijn leven moest vrezen. Hoekstra was nauw betrokken bij het verzet, de fam. Hoekstra verschafte evenals de familie Van der Wal onderdak aan onderduikers. Uit Hoekstra’s drukkerij kwam in december 1941 het eerste gedrukte nummer van de verzetskrant “Vrij Nederland”. De toen 15 jarige Feikje en haar 17 jarige zuster hebben die blaadjes in een koffer met de Staverse boot en vervolgens de trein in Amsterdam op het centraal station afgeleverd.2 Op 16 augustus 1944, in de vroege ochtend nadat Van der Wal was vermoord vielen de Duitser SD soldaten ook bij de familie Hoekstra binnen, het gezin was al op. Feikje stond klaar om brood te brengen bij “de jongens”, de onderduikers die bivakkeerden in een arkje dat verscholen lag in de rietkragen van de Fluessen bij het “Feitesân”. Hoekstra werd verhoord over het verblijf van ene Jan, een lid van de knokploeg (het verzet), die gezocht werd. Jan was bij Hoekstra ondergedoken en Hoekstra merkte dat de Duitsers dit wisten dus ontkennen had weinig zin, ook omdat Jan al vertrokken was. Hoekstra wees hen de slaapplaats. Toen werd hij naar buiten gebracht, achter het huis aan de Hoofdstraat (tegenwoordig Muizelaar), om te worden geëxecuteerd. Feikje stond voor het keukenraam en zag alles. Een van de soldaten richtte zijn geweer op haar vader en net op het moment dat hij vuurde werd de loop door een meerdere opzij getrokken, de kogel scheerde langs Hoekstra’s hoofd. De officier zei in het Duits tegen de soldaat, “wij schieten niet iedereen dood”. Onder de SD ers was een Nederlander met de naam Faber hij kwam uit Groningen en naar verluid was hij het die Tjalke van der Wal doodschoot.

Naderhand hoorde Feikje dat haar vader bovenaan het lijstje van de SD mensen had gestaan maar omdat ze niet precies wisten waar hij woonde sloegen ze hem eerst over. Waarom de Duitsers de executie van Hoekstra niet uitvoerden is nooit duidelijk geworden: “Hij mocht gewoan noch net dea, it wie syn tiid noch net” zegt Feikje daar nu over. Nadat het rouwkaartje was gedrukt vertrok Hoekstra nog dezelfde dag uit Koudum om onder te duiken bij de Freule van Swinderen te Rijs.  

Gerben Ypma die door de Duitsers op 16 augustus was mee terug genomen naar Koudum moest zijn folteraars meenemen naar zijn onderduikadres in een pand aan de Zwarteweg, daar werd hij wreed gemarteld en uiteindelijk op zijn bed doodgeschoten. Douwe de Jong was belast met het ophalen van het lijk van Gerben Ypma, hij vertelde naderhand aan zijn zoon Hindrik dat de martelingen duidelijk te zien waren op het lichaam van Ypma. In het onderduikkamertje was hij op diverse plaatsen in zijn benen was geschoten, steeds hoger, voordat ze hem uiteindelijk dood maakten. De wanden van het kamertje zaten onder het bloed. Dit vertelde Hindrik de Jong uit Koudum hij stond bij het gesprek met Tjitte Folkertsma in 2004.  

Jan de Vries
April 2007

1. Gerben Abma, Himmelumer Aldefurd en Noarwâlde, Ljouwert 1982, pag 216.
2. Interview met Feikje Kemker Hoekstra en Fokke Hoekstra in Koudumer Simmer 2000 Nijs,     Dorpsbelangen Koudum, Juli 2000