Schippers, matrozen en schuitevaarders uit het Koudum van 1749

In begin 1749 zijn lijsten opgemaakt vanwege een nieuwe belasting. Voor geheel Friesland zijn deze lijsten samengesteld. Elke grietenij kreeg de opdracht deze samen te stellen. Per dorp werden de namen genoteerd met het beroep en het bedrag van de aanslag. Alle mensen die met de schipperij te maken hadden, zowel zeegaand als van de binnenvaart, zijn hier in een apart lijstje gezet. Hoewel er nu in Koudum heel weinig meer van over is, maar een commandeurswoning, geeft dit lijstje toch wel aan dat de scheepvaaart twee en een halve eeuw geleden belangrijk voor het dorp was. . In die tijd waren er maar enkelen in Koudum die een achternaam hadden. In onderstaand lijstje wordt elk persoon aangeduid met voornaam en patronym (de vadersnaam). Pas in de Franse tijd (1811) werd iedereen verplicht een achternaam aan te nemen of te bevestigen. Toen dit lijstje gemaakt werd moest Murk Lelsz, de Koudumer zeekapitein, nog geboren worden (op 28-12-1749) maar ik denk dat Lel Gerryts, gemeen bootsgesel uit dit lijstje zijn vader is. (het woord "gemeen" betekent hier gemiddeld). Murk Lelsz nam in 1811 de achternaam Hofman aan. De akten van naamsaanneming zijn van heel Friesland goed bewaard gebleven en kunnen helpen bij archiefonderzoek. Kan ook via het internet. Murk heeft het dus waarschijnlijk verder geschopt dan zijn vader. Hetzelfde lijkt het geval met de zoon van Douwe Wynnes (ook Douwe Wijns), arm bootsgesel. De zoon van deze Douwe is Ulfert van der Wal (geb. in 1755 te Koudum) en deze was grootschipper. Aan de andere kant is het ook zo dat men zich langzaam opwerkte binnen de zeevaart. Uiteindelijk is dit lijstje ook maar een momentopname.
Ede Douwes zeevarend man
Andrys Andrys sijnde een schuytevoerder
Andrys Sybrens timmerman, daaronder twee zeevarende
Ann Cornelisz zeevarend matroos
Auke Binckes gering bootgesel
Bauke Sipkes scheepstimmerman
Borrus Joukes matroos
Bote Jolmers coffe schipper
Broer Ages gewesen grootschipper
Dirk Alberts arm bootsgesel
Dirk Jansz schipper op Workum
Douwe Wynnes arm bootgesel
Evert Symens gewesen grootschipper
Folkert Rienks varend persoon
Funger Idsez gewesen grootschipper
Gerben Gerryts roeyschipper
Gerryt Gijsberts bootsgesel
Harmen Jansz grootschipper
Hendrik Jansz gemeen matroos
Ids Repkes matroos
Jacob Jacobs roeyschipper van hier op Sneek
Jans Hendriksz gering zeevarende
Jelle jelles oud zeevarende
Jurjen Idses gewesen grootschipper
Claas Ottes varende voor stuurman
Claas Reyntjes bootsgesel
Cornelis Heerts bootsgesel
Cornelis Jansz gemeen bootsgesel
Lammert Nolkes grootschipper
Lel Gerryts gemeen bootsgesel
Pier Joukes bootsgesel
Reyn Gosses bootsgesel
Reyn Piebes zeevarende
Rinke Hessels varende, en winckel
Sible Eeuwes coffeschipper
Sipke Epkes zeevarend matroos
Sjoerd Lubbertsz schuytevoerder
Sjoerd Sjoerdsz zeevarend timmerman
Steffen Arjens varend gesel, in diaconiehuys
Tietje Piers grootschipper
Uylke Annes verhuurder van zeevarende
Wybe Lieuwes bootsgesel
Wyntjen Arjens bootgesel
Willem Durks zeevarend matroos
Uit: "DE QUOTISATIEKOHIEREN", namen, beroepen en welstand van de Friese bevolking in 1749; deel 3.