|
"Een
primitieve boerencoöperatie! - zo zou men het samengaan van de
vier boeren, woonachtig op de Grote Wiske, een gehucht onder
Koudum, met recht kunnen noemen. Hun namen zijn bekend; nog
bestaan de boerderijen waar zij hebben gewoond. Echter weten wij
omtrent de redenen, die hen tot coöpereren deden besluiten
niets bepaalds; wij hebben de datum waarop zij met de
fabrieksmatige verwerking van de melk begonnen niet kunnen
ontdekken, noch weten wij iets af van de zorgen en
teleurstellingen, die in de zes of zeven jaren van hun
samenwerking hun deel zullen zijn geweest.
In het jaar 1888 vormden de boeren Feike R. de Boer,
Sijbolt Wiersma, Tjebbe Tjebbes Czn. en Meindert Kuiper een
combinatie, om de melk van hun bedrijven samen te brengen en
centrifugaal te verwerken. Naast de boerderij van F.R. de Boer -
op korte afstand van het toenmaals nog nieuwe station van
Hindeloopen - werd een fabriekje gebouwd, voor de inrichting
waarvan de Firma Boeke & Huidekoper te Groningen
verschillende machineriën, o.a. een Laval Separator, leverde.
Het fabriekspersoneel bestond uit een botermaker en een
kaasmaker, die bij Jouke Swart te Klooster-Anjum in de leer
waren geweest; verder een werkman en een machinist; de laatste
was woonachtig te Bolsward en bediende zich van een fiets met
een heel groot en een heel klein wiel, een zogenaamde
vélocipède; een op de Grote Wiske nooit eerder gezien vehikel,
dat voortaan, in rijdende toestand, het dagelijks vermaak van de
streekbewoners was.
De leiding van het bedrijf was in handen gelegd van Tjebbe
Tjebbes, een zoon van de Workumer boterkoopman Cornelis Tjebbes
& Co., welke vennootschap na beëindiging van de
samenwerking het fabriekje van de vier boeren aankocht en van de
afbraak een kaastpakhuis te Workum optrok.
Aan de stichters van de boerencoöperatie op de Grote Wiske, en
het jaar waarin zij met hun samenwerking aanvingen, herinnert
enkel nog een eenvoudige gedenksteen, die, na tweemaal in een
afbraak te zijn beland, tenslotte terecht kwam in een veeschuur
op de Workumer-waard!
Dáár, ingemetseld in een binnenmuur, troffen wij het
gedenksteentje uit de Grote Wiske, bedolven onder het hooi, aan.
Slechts enkele weken in de meimaand, wanneer het oude hooi bijne
opgevoerd is, komt het steentje in het zicht... en op een
dergelijke dag bescheen hem het floodlight van onze fotograaf,
ten behoeve van de lezers van dit boek, die - gevolg van blind
geluk! - van de fotografische opname van het gedenksteentje
kennis kunnen nemen." |
|
|